Blog

Ze vroegen toch advies?

Ze vroegen toch advies?

3 oktober 2018

"Wat moeten we doen als er niet of negatief op ons advies wordt gereageerd?" Een medewerker van een afdeling ouderengeneeskunde uit een ziekenhuis in het westen van het land, stelde me de vraag via de mail. Of ik er tijdens de lunch van hun teamdag iets over wilde komen zeggen. Dat wilde ik wel. Niet omdat dat makkelijk is, een half uur praten over een kwestie waar je het wel een dag over zou willen hebben. Ik wilde dit omdat ik het zo leuk vind dat mensen deze vraag stellen.

Het betreft dus een gespecialiseerd team van artsen, verpleegkundig specialisten en consulenten. Ze worden vaak geraadpleegd door collega's, zoals huisartsen, de afdeling neurologie of mensen uit het wijkteam. Ze komen het regelmatig tegen dat adviezen over behandeling, begeleiding of medicatie niet worden opgevolgd, terwijl er wel om gevraagd werd. Dit roept irritatie en frustratie op. De volgende keer als die collega's met een vraag komen, merken ze dat ze minder gemotiveerd zijn. Eigenlijk worden ze er een beetje moedeloos van. En boos. Vooral als ze zien dat 'hun' patiënten er onder leiden.

We pakken een casus bij de kop. Die gaat over een oudere meneer. Het team heeft de afdeling die hem behandelt, geadviseerd meneer niet in de huiskamer van de afdeling te laten zitten omdat dat te druk zou zijn en hij dan sneller in de war raakt en misschien zelfs in een delire. Kort daarna blijkt de man in kwestie toch steeds in de huiskamer geplaatst te worden, verward of niet. Het team begrijpt niet waarom. Ik deel het team in tweëen. De linker groep is voor afzondering, de rechter tegen. Ik vraag beide groepen naar de beweegredenen achter hun standpunt. Het mooie is dat het team de beweegredenen van de 'tegenpartij' eigenlijk feilloos kan oplepelen. Werkdruk: het vraagt meer tijd om hem apart ergens te zetten. Veiligheid: zo kunnen we hem goed in de gaten houden. Wens van de familie: die vinden het belangrijk dat hij wat gezeligheid om hem heen heeft. "Nu ik dit zo zie, merk ik dat zij net als wij denken dat ze op deze manier een goede kwaliteit van zorg leveren", zegt een van de deelnemers.

Dan breekt het gesprek open en volgen er meer reacties. "Laatst ben ik gewoon met een collega van een andere afdeling samen een patiënt gaan begeleiden en kon ik hem laten zien wat wel en niet werkte. Dat hielp enorm." "Wij geven soms ook wel een waslijst aan adviezen mee, laatst had ik er 24.Misschien moeten we daar eens wat aan doen." "Soms vraag ik aan de andere afdeling eerst wat hun behandelmogelijkheden of -plannen zijn. Ik zeg dan gewoon dat ik dat niet precies weet. Dat geeft me dan heel veel nuttige informatie." Dan komt het team uit waar ik het graag hebben wil: het formuleert antwoorden op hun eigen vraag: gewoon samen dingen doen en ontdekken, vragen stellen en dilemma's en keuzes op tafel leggen en samen bespreken. "Dat schept gelijkwaardigheid en verbinding", realiseren de teamleden zich hardop. En dat in een half uurtje tijd. (Plus 10 minuutjes dan ;-))

 

 

 

 

 

Lees meer
Verbinding gaat voor inhoud

Verbinding gaat voor inhoud

16 november 2017

Ècht contact, echt in verbinding zijn met de ander, dat is een eerst levens behoefte van ieder mens. Sociale pijn, uitsluiting voelt voor onze hersenen als fysieke pijn. Ons sociale karakter en onze sociale behoefte zijn vastgelegd in de werking van onze hersenen. Dit is wat sociaal psycholoog Matthew Lieberman aantoont in zijn boek Why our brains are wired to connect.

De behoefte bij een groep te horen en relaties te hebben zijn net zulke fundamentele behoeften als voedsel en veiligheid. Kijk maar eens naar onze behoefte aan een liefdevolle relatie, bij een groep te horen op school en om verlies te vermijden of voorkomen. Uitsluiting en sociaal verlies zijn veel pijnlijker dan we ons vaak realiseren.

Een gebroken hart voelt als een gebroken been

Lieberman toonde dat aan in een studie waarin proefpersonen in een hersenscanner een game gingen spelen. Bij aanvang werd hen verteld dat de andere spelers in de game ook proefpersonen waren, terwijl ze in feite voorgeprogrammeerde spelers waren die aanvankelijk de bal beurtelings naar elkaar gooien en naar de proefpersoon gooiden maar na verloop van tijd de proefpersoon buiten sloten en de bal alleen nog maar naar elkaar overwierpen.

Ookal wisten de proefpersonen dat het een spel was, toch waren ze boos toen ze de hersenscanner verlieten. Ze voelden zich afgewezen. De hersenscanner had ondertussen laten zien dat hoe meer de proefpersoon zich afgewezen voelde hoe meer activiteit er was in het deel van het brein dat fysiek pijn ervaart: een gebroken hart voelt dus als een gebroken been. Het wordt helemaal opmerkelijk wanneer de proefpersonen vooraf aan de test paracetamol hebben geslikt: de proefpersonen zijn dan ongevoeliger voor de sociale pijn de die uitsluiting in de game veroorzaakt.

Sociale banden net zo belangrijk als voedsel

Waarom zijn sociale relaties eigenlijk zo belangrijk voor ons? Daar zijn evolutionaire redenen voor. Sociale pijn is een teken dat we er alleen voor staan en een makkelijke prooi zijn voor bedreigingen van buiten af. We hebben de groep nodig om ons te beschermen. Evolutionair gezien zijn sociale verbanden zijn dus met zo belangrijk voor onze overleving als voedsel.

Nu we dit weten dan snappen we ook waarom de school van de Non-Violent Communication stelt: verbinding gaat voor inhoud. Ga maar na, een goed gesprek kan je alleen hebben als je je verbonden voelt met iemand. En daar is helemaal niet zo heel veel voor nodig: een open blik, een grap en gebaar is meestal al genoeg.

Lees meer
“Het is zo essentieel dit!

“Het is zo essentieel dit!"

6 april 2017

“Het is zo essentieel dit! Bizar dat we dit niet veel beter beheersen.” Marleen ploft met een zucht neer op haar stoel na haar rollenspel met trainingsacteur Leonard. In het rollenspel ging ze in gesprek met een vader die zei dat hij niet wilde dat haar collega voor zijn kind zorgde. “Ik vertrouw haar niet”, zei hij haar. Marleen schoot eerst in de verdediging, begrijpelijkerwijs. Tot ze op het idee kwam het over een andere boeg te gooien.

De kop is er af van de serie Dialoogtraining voor persoonlijk begeleiders van ’s Heeren Loo Gelderland Midden. Gedurende een jaar volgen alle managers en persoonlijk begeleiders de training. Doel? Ervaren dat een goed gesprek het verschil kan maken. Het verschil tussen goede en en beduidend minder goede zorg.

In eerste instantie probeerde Marleen in het rollenspel de vader uit te leggen waarom de organisatie wèl vertrouwen had in deze begeleidster. Waarop de vader herhaalde waarom hij dat juist niet had. En zo pingpongden ze een tijdje heen en weer. Marleen vroeg een time out. “Ik kom niet verder zo”, zei ze tegen haar collega’s in de training. “Hoe kan ik het anders aanpakken?” We haalden de verbindingsdriehoek erbij die ik eerder had gebruikt om een casus te onderzoeken.

De verbindingsdriehoek laat zien dat je meer kans maakt op ‘verbinding’ als je op zoek gaat naar de belangen en behoeften die achter het standpunt schuil gaan. En dat op zoek gaan kan je doen, zo hadden we ontdekt, door goed te luisteren en door te vragen. Marleen waagde een nieuwe poging. “Dus u heeft er geen vertrouwen in, als mijn collega voor uw kind zorgt?” Ze bood een opening aan vader om zijn bezorgdheid te uiten. “Nee, dat zeg ik steeds, ik vertrouw haar niet, ze is onvoldoende opgeleid. Mijn dochter heeft hele complexe zorg nodig. Ik zit thuis gewoon niet rustig als zij voor mijn dochter zorgt.” Marleen kreeg de smaak te pakken: “Oh, dus u wilt er graag op kunnen vertrouwen dat uw dochter in goede handen is met alles wat ze nodig heeft en dat u thuis gerust kunt zijn als zij bij ons is.” “Ja, precies”, zei vader en zijn schouders zakten wat naar beneden, zienderogen opgelucht nu wat begrip te ontmoeten. “Het is al zo vaak misgegaan met mijn dochter. Ik ben er zo moe van. Het zal best een lieve en goede begeleider zijn, je collega, maar ik word er zo onrustig van als ik me bedenk dat zij nog niet alle diploma’s heeft.” Langzaamaan zag Marleen een opening voor een oplossing ontstaan. Voorzichtig tastte ze die af: “Wat zou u er van vinden dat we uw ongerustheid bespreken met mijn collega, zodat ze weet waar u mee zit en wat belangrijk voor u is. We vragen haar dan of ze daar extra rekening mee wil houden. We proberen het daarna een paar dagen en kijken dan of het voor u werkt?” Vader stemt in. Hij wil de gok wel wagen nu hij begrepen wordt. We ronden het rollenspel af.

“Het is zo essentieel dit! Bizar dat we dit niet veel beter beheersen.” Terugkijkend op haar rollenspel verbaast Marleen zich over het feit dat ze vanuit een automatische reactie begon met argumenteren. Later ontdekte ze het effect van een totaal andere reactie. Toen ze begon met luisteren en haar haar begrip kon tonen voor de situatie van vader, merkte ze dat hij ontspande, zich gehoord voelde en ruimte had om samen met haar naar een oplossing te zoeken. Een oplossing die niet ging over “Ja” of “Nee” en wie wint? Maar een die tegemoet komt aan ìeders belang. Nogal essentieel inderdaad.

Zo ‘bizar’ is het helaas niet dan we dit niet ‘beter beheersen’. Het zit niet in ons DNA, we worden niet zo opgeleid, we worden nauwelijks zo aangestuurd door de organisatie waar we werken en zo kan ik nog wel even door gaan over de factoren die maken dat ons gesprekken niet altijd even ‘goed’ verlopen. Blijkbaar zijn er trainingen als deze nodig om iets dat ‘zo essentieel’ is wat 'beter' onder de knie te krijgen.

* De naam van Marleen is niet haar werkelijke naam. De casus is fictief maar uit het leven gegrepen.

 

Lees meer
Soms moet je je agenda laten varen

Soms moet je je agenda laten varen

29 maart 2017

Ooit volgde ik een onderhandelingscursus voor journalisten. We gingen een rollenspel doen. Mijn rol was die van een toerist in Amerika die een camper had gehuurd en onderweg in de woestijn met een lege tank kwam te staan. Met een jerrycan in de hand moest ik op zoek naar het eerste pompstation. Eenmaal daar aangekomen was het siësta tijd. Gelukkig was de deur van station wel open en trof ik binnen de slapende pompbediende aan. De trainer speelde de pompbediende. Mijn opdracht was om hem te vermurwen wakker te worden, op te staan en voor mij benzine te tanken.

De karaf water op de cursustafel diende als jerrycan voor de benzine. Dat was de enige ‘prop’ voor dit spel. Ik vond het doodeng om dit rollenspel te spelen. Dus (?!) ging ik heel erg mijn best doen om maar niet kwetsbaar te zijn. Het mislukte jammerlijk. Wat ik ook deed of zei de pompbediende vertrok geen spier, wilde niets behalve doorslapen…. Ik begreep er niets van. Ik had toch goed uitgelegd hoe penibel mijn situatie was en dat ik best begreep dat hij graag wilde slapen, en dat ik ook vond dat hij een heel zwaar leven had? Niets leverde dit me op, nada, noppes. Ik gaf het op.

Bij de evaluatie van het spel legde de trainer mij uit waarom hij geen centimeter mijn richting op wilde komen. Zijn antwoord was even verrassend als eenvoudig. Ik had tijdens het gehele gesprek mijn ‘jerrycannetje’ vast gehouden! Zonder het te weten had ik de hele tijd mijn 'belang', mijn 'agenda', vast met mijn handen omsloten, de waterkaraf. Ik had daar – in mijn zenuwen - mijn houvast gezocht. Helaas was dat precies het signaal voor hem om niet met me mee te bewegen. Begrijpelijk. Achteraf. Oef dit was een pijnlijke (en dus?) goede les “Jerrycannetje loslaten!!” Een les die me lang zal heugen. Nu maar hopen dat ik dat ook op de juiste momenten doe. 

Lees meer
Altijd NIVEA mee!

Altijd NIVEA mee!

29 maart 2017

Ine Alaerds is persoonlijk begeleider van bejaarden met een verstandelijke en soms lichamelijke beperking. Ze vertelde me ooit het volgende:

"Tijdens mijn opleiding Geriatrie & Gerontologie leerde ik verschillende gesprekstechnieken. Bij een er van moesten we minder invullen voor een ander en niet direct met oplossingen komen, gewoon goed luisteren. Het is niet gemakkelijk, moet ik zeggen. Je bent er als zorgverlener toch wel erg op ingesteld om mee te denken en mee naar een oplossing te zoeken. Ik ben nu volop bezig dit te oefenen. Door samen te vatten wat de ander zegt en door te vragen, komen er verrassend nieuwe uitkomsten, zowel van familie, cliënten als van collega's. Een voorbeeld hiervan is een moeder die nieuwe kleren had gekocht voor haar zoon. Zoals altijd had ze leuke, gemakkelijk zittende shirts gekocht. Op het eerste oog een alledaagse situatie. Door er toch vragen over te stellen en niets stilzwijgend aan te nemen, kwam ik er achter dat moeder overhemden eigenlijk veel mooi vindt dan de T-shirts die ze had gekocht. Ze kocht nooit overhemden omdat ze dacht dat het veel werk zou zijn om bij haar spastische zoon iedere keer alle knoopjes open en dicht te moeten maken. Ik kon haar toen laten weten dat wij graag die extra moeite doen om hem een hemd met knoopjes te laten dragen. En zo hebben we dat toen ook af gesproken. Op die manier heeft de familie weer meer 'eigen regie'. Moeder en zoon genieten er zichtbaar van wanneer hij een mooi overhemd aanheeft. Dat is belangrijk toch? Ik zou iedereen uit willen dagen dit ook eens te proberen."

Mooi hè?

 

 

Lees meer