Mijn drijfveer

Het was een zondagavond in 1986, 1987 misschien. Op tv zag ik de documentaire Shoah. Claude Lanzmann interviewt oud kampbewaarders, overlevers, ex-nazi’s en getuigen van de holocaust in Polen. Volkomen gebiologeerd kijk ik hoe Lanzmann - minutieus - de herinneringen van deze mensen afpelt. Hij doet dat op zo'n manier dat hij uitkomt bij hun diepste drijfveren, angsten of verlangens.

Natuurlijk geeft dit een ijzingwekkend beeld van de vernietiging van de joden. IJzingwekkend dit keer omdat de horror in deze film tot menselijke proporties wordt teruggebracht. 'Goed' of 'fout' als begrip voldoen niet meer. Dader of slachtoffer, iedereen heeft zijn eigen geschiedenis, verwachtingen en teleurstellingen. Toen ik de film had gezien dacht ik: 'Dit wil ik ook maken!' Tot dan toe had ik met mijn studie Frans nog geen professioneel doel voor ogen. Ineens had ik wèl een doel: ook zulke documentaires filmen! 

Documentaires maken dus. Ik besloot mijn studie daarop in te richten. Het liep, zoals zo vaak, nèt iets anders. Na mijn afstuderen bij documentairemaker Henk Renou, werd ik getipt voor een baan als persvoorlichter bij het ministerie van WVC. Een prachtige kans die ik met beide handen aangreep. Na acht jaar, 2 ministeries, 3 kabinetten, 4 bewindspersonen was het tijd voor een nieuwe wending. Ik werd zelfstandig journalist en communicatieadviseur. Nog steeds geen documentairemaker.

Toch was ik blij. De nieuw verworven vrijheid als zelfstandig journalist en adviseur gaf me de ruimte om mijn nieuwsgierigheid achterna te gaan. Ik interviewde velen, ik adviseerde projectteams van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, ik schreef boeken, verdiepte me in complementaire geneeswijzen, net als in de innovatieve productie van het griepvaccin, ik werkte in buurten van Amsterdam en bedacht een communicatiestrategie voor de centrale inkoopafdeling van de gemeente Amsterdam. 

Nu ik, na 17 jaar, terugkijk snap ik waarom ik geen documentairemaker ben geworden en zie ik dat het niet de vorm van de documentaire was die me zo boeide, het waren de mensen en hun beweegredenen die me aantrokken. Pas als je je daarvoor openstelt, kan je echt en oprecht met ze communiceren, ontdekte ik gaandeweg. Welk werk ik ook deed, altijd op zoek ben geweest naar “What makes people tick?” om dat vervolgens als leidraad in te zetten of ik nu een communicatieplan maak, een interview schrijf, adviseer of een training geef.

En nu? Nu weet ik dat 't de mens en zijn beweegreden zijn die me zo intrigeren. Is het dan niet logisch om je volledig te gaan richten op de  meest elementaire vorm van communicatie, de dialoog? Precies!